Image
Top
Menu
27 mei 2018

Back to the future: Citroën ID/DS

De eigenaar van de Citroën overhandigt me een sleutel van dun metaal, mét een baard. Dat is lang geleden. Dit keer geen gadget die het portier elektronisch van het slot haalt. Ik steek de sleutel in het daarvoor bestemde gat, draai naar links, er schiet iets omhoog en met een ferme druk op de klink open ik krakend en knarsend, schilfers roest achterlatend, het portier. Eindelijk is het moment daar. We gaan rijden, zoeven en zweven met de godin van de weg: de Citroën DS (uit te spreken als Déesse). Weet ze ons te bekeren tot het DS-dom?

Jongensdroom
Al die tot de verbeelding sprekende sportwagens, scheurijzers en terreinridders ten spijt, de uit 1955 stammende DS is voor ons een jongensdroom. Als jochies speelden we er al mee; broem-broem! Ze is van de ‘hors catégorie’ en in geen enkel hokje te vangen. 63 jaar na lancering nog even futuristisch als R2-D2 uit de oorspronkelijke Star Wars saga. Dat begint met het aerodynamische lijnenspel (snoek!) waarbij vorm en functie elkaar niet in de weg zitten, maar symbiotisch samengaan. En neem het eenarmige stuurwiel dat een weergaloos zicht verschaft op het instrumentarium. De versnellingshendel aan de stuurkolom, ook zoiets: perfect onder handbereik. En waarmee denk je dat de remmen van druk worden voorzien? Een paddenstoel. Pardon? Je leest het goed! De eerste meters durf ik er bijna niet op te trappen, maar als ik uit pure noodzaak voor een kruispunt niet anders kan, blijkt het feilloos te werken. Over het pièce de résistance van de Française hebben we het nog niet eens gehad.

Citroën ID/DS Break 1970

Er was eens…
Een fransoos genaamd Paul Magès die, ongehinderd door scrupules of opleiding, volledig zijn gang kon gaan in le garage van Citroën. Zijn vrije geest kwam met een veersysteem waarvan alle ingenieurs dachten dat het impossible was. Maar monsieur Paul flikte het onmogelijke: het op hydropneumatiek gebaseerde veersysteem van de DS is tot op de dag van vandaag ongeëvenaard gebleven. Dat begint al met het omdraaien van de sleutel: de godin stijgt na een paar tellen centimeters op. Alsof ze uit een schoonheidsslaapje ontwaakt. En dan is het eindelijk tijd om te gaan rijden. Of liever gezegd: zweven.

Citroën ID/DS Break 1970

Drempel-drang
Met smart wachten we op de eerste verkeersdrempel. De wereld op z’n kop. De van butsen gevrijwaarde Nederlandse wegen zijn de DS eigenlijk onwaardig; ze werd immers ontwikkeld voor de brakke, naoorlogse Franse wegen. De eerste kilometers over asfalt rijdt de DS niet bijster bijzonder. Dat klinkt misschien oneerbiedig, maar is het niet. Voor een auto van deze leeftijd, zeg maar gerust een oude bak, rijdt ze verrassend van deze tijd. Mits je de airbags, rijbaanassistentie en touchscreens buiten beschouwing laat. Dan ineens, ergens in de verte, doemt er een woonwijk op. Ik dirigeer de godin de bebouwde kom in, speur de 30 kilometerzone af naar drempels en wordt beloond. Met hoogst illegale snelheid – 40 km/h– rijd ik op de snelheidsverminderaar af en sta na een korte golfbeweging perplex: deze eigenwijze Française strijkt ‘m op elegante doch adequate wijze strak. Dat doen maar weinigen haar na.

Citroën ID/DS Break 1970

Geluk bij een ongeluk
De 4-cilindermotor uit de hoogbejaarde Citroën Traction Avant is een anachronisme in de timeline van de DS. Met ca. 90 pk weet hij de godin voort te stuwen, maar ook niet meer dan dat. Zeker op de snelweg maakt het blok, dat tot ver onder het dashboard duikt, conversatie-verstorend veel lawaai. Het raffinement van een 6-cilinder had in deze voiture meer dan treffend op zijn plaats geweest. Dat was oorspronkelijk ook de bedoeling, maar de Fransen slaagden er niet in om het rond te krijgen. Gelukkig heeft ieder nadeel z’n voordeel: de oude motor is oerdegelijk, goedkoop in onderhoud en draait prima op gas. Het ongeluk van de motor-ingenieurs blijkt decennia na dato een geluk voor de vele Nederlandse DS-rijders.

Citroën ID/DS Break 1970

Betaalbare tip
De Break – of Safari – is trouwens een ruimteschip van jewelste en het zicht rondom is verheven boven elke twijfel. Geinig ook dat de achterklep in twee delen te openen is: voor het betere picknick werk op klassiekerevenementen 😉 Voor een beetje Citroën DS of ID (de instapper destijds) ben je trouwens al snel tussen de 10 en 20 mille kwijt, wat kan oplopen tot anderhalve ton voor een puntgave cabriolet. Is de Break op de foto’s van ons? Helaas. Wij hebben de auto een dagje gehuurd via Snappcar. Een betaalbare tip als je de DS gewoon even wilt ervaren, comme nous.

Citroën ID/DS Break 1970

Love at first drive?
Tot voor kort was er geen god waarin wij geloofden. Geen hiernamaals dat ons tot levensgevaarlijke capriolen wist te verleiden. Tot we ons in vervoering lieten brengen door de Déesse: de godin van de weg. Een auto die op unieke wijze indruk weet te maken, zelfs op ons verwende millennials. En dat 63  jaar na haar introductie. Ik vraag me oprecht af: hoe surrealistisch moet dat onthullende moment in 1955 wel niet geweest zijn, daar in Parijs?

We love
+ Onvoorstelbaar comfortabel
+ Ongelooflijk mooi
+ Nog altijd (een soort van) futuristisch

We hate
– Motor maakt veel lawaai
– Roestduivel ligt op de loer

Meer Citroën? Check hier al onze Citroën reviews!

Citroën ID/DS Break 1970

Reacties

  1. Thomas

    Prachtig! Wel jammer van de enigszins discutabele staat.. Het thuisfront heeft nog een DS23 Pallas uit ’73 (met de nieuwe neus) in het snoekenblauw. Het blijven nostalgische auto’s en een hele bijzondere ervaring an sich om in te rijden

    • Wouter

      Helemaal eens, zeer bijzonder! Ben stiekem wel benieuwd hoe een compleet gerestaureerd exemplaar rijdt. Gaaf dat jullie er thuis een hebben; zo’n DS23 zal door het hogere vermogen net nog een tandje fijner rijden denk ik, zeker op de snelweg.

Verstuur een reactie

Laat ons weten wat jij vindt